Bij veel hoogsensitieve kinderen ligt er in hun wijze van handelen een zekere behoedzaamheid. Die wordt nogal eens verward met angst. Angst is een beklemmende en soms zelfs verlammende emotie, veroorzaakt door dreigend gevaar. Behoedzaamheid daarentegen betekent dat je bedachtzaam te werk gaat; je bent voorzichtig omdat je weet en overziet wat er allemaal kan gebeuren.

Marijke

‘Wil je wel een keer helemaal alleen naar school fietsen?’, vraagt moeder aan Marijke. Het meisje zit in groep 3 van de basisschool en woont niet al te ver bij school vandaan. Iedere dag fietst moeder met Marijke mee, van huis naar school en van school weer naar huis. Marijke denkt even na en zegt dan heel beslist: ‘Nee, dat wil ik niet.’ ‘Maar heel veel kinderen uit je klas gaan al wel alleen’, dringt moeder aan. ‘Toch wil ik niet’, houdt Marijke vol, en trapt stevig door op haar fiets. ‘Waarom niet?’, wil moeder weten. ‘Nou, er kan zóveel gebeuren’, legt Marijke uit. ‘Als ik dáár… (ze wijst een bocht in de weg aan)… een vrachtauto tegenkom weet ik niet wat ik moet doen. En ik ben nog te klein om die straat… (ze wijst opnieuw)… alleen over te steken. En vlak bij school komen we wel eens auto’s tegen. Nu help je me daarmee, omdat je bij me bent. Maar als ik alleen ben dan gebeurt er vast iets dat ik nog niet weet. Dus…’. Marijke kijkt haar moeder aan alsof ze wil zeggen: het is toch heel duidelijk dan ik nog niet alleen kan?

Wanneer Marijke met haar moeder naar school fietst merkt ze heel veel op. Auto’s die fietsers weinig ruimte geven op straat, bijna-ongelukken, vrachtauto’s die de bocht te krap nemen, auto’s die plotseling moeten remmen omdat kinderen onvoldoende uitkijken bij het oversteken, en een chaotische situatie vlak bij school, door de vele auto’s van ouders die hun kinderen komen brengen. Marijke is niet bang om alleen naar school te fietsen, maar wel behoedzaam. Want door haar grote opmerkzaamheid weet ze wat er allemaal mis kan gaan. Met haar moeder erbij is de situatie echter voldoende veilig voor haar. Ze kan terugvallen op haar moeder wanneer een situatie nog te onoverzichtelijk is. Daar leert ze veel van, want iedere oplossing die moeder vanuit haar ervaring kiest, neemt het meisje nauwlettend waar.

Reacties

‘Goh, fiets je nog steeds met Marijke mee?’, wil een moeder weten.
‘Ja, dat vindt ze prettig’.
‘Maar is ze zo angstig aangelegd dan?’
‘Nou nee, maar…’
‘Ik heb mijn kinderen meteen aan het begin van groep 3 alleen naar school laten gaan. Jullie zoeken het maar uit, zei ik. Moet jij ook doen. Ze redden zich wel. Je moet ze toch een keer loslaten, hè’.

Als je kinderen die behoedzaam zijn ‘in een keer loslaat’ kan dat gevolgen hebben. Ze kunnen een (te) groot gevoel van verantwoordelijkheid ontwikkelen, wanneer ze taken gaan zien als verplichtingen die goed uitgevoerd moeten worden, en waar veel van afhangt. Dat kan leiden tot perfectionisme (streven naar volmaaktheid en grote eisen stellen aan zichzelf) of faalangst (de angst om te mislukken en niet aan de verwachtingen te voldoen). Behoedzaamheid kan ook doorslaan in angst. Het kind gaat huilen of trekt zich helemaal terug in zichzelf.

Passende begeleiding

De moeder van Marijke laat zich niets wijsmaken. Ze weet dat haar dochter een geheel eigen manier van leren en ontwikkelen heeft, en daar hoort een specifieke begeleiding bij. Moeder besluit om Marijke alleen naar school te laten fietsen, maar helpt haar op een passende manier. Vooraf legt ze uit:

‘Ik fiets met je mee tot aan de bocht. Dan ga ik naar huis en jij fietst het laatste stukje zelf’.
‘Maar als er nou…’
‘Ik weet dat je het kunt, we hebben het vaak genoeg samen gedaan. Komt er een auto aan dan ga je langs de kant fietsen. Weet je nog?’

Ze laat Marijke in het begin alleen het laatste rechte stuk naar school alleen fietsen. En enkel op dinsdagmiddag: dan zijn de kleuters vrij en is het rustiger bij school met auto’s. Gaat dit goed, dan mag Marijke alle middagen. Vervolgens mag ze een langer stuk alleen fietsen, tot ze uiteindelijk alle dagen alleen gaat. Moeder gooit Marijke niet in het diepe en respecteert haar behoedzaamheid. Ze laat haar dochter datgene doen wat ze aankan en waarbij de kans groot is dat het goed gaat. Vertrouwen bouwt zich op, gevoel van ‘ik kan het!’ groeit en dat versterkt het basisgevoel van veiligheid bij Marijke. Vanuit dat gevoel zal het meisje haar grenzen zelf durven verleggen.

(c) 2018 Gerarda van der Veen